Tweede deurenfabriek in Houthalen

De export is succesvol. Zo succesvol zelfs dat de productiecapaciteit in Someren in het gedrang komt. In Nederland is de vraag naar deuren nog altijd hoog, maar Berkvens kan die door gebrek aan arbeidskrachten maar moeizaam bijbenen. Een tweede fabriek kan wellicht uitkomst bieden. In Houthalen is voldoende ruimte. Bovendien verstrekt de Belgische regering flinke subsidies aan bedrijven die zich in deze streek vestigen. Een gunstig vestigingsklimaat voor Berkvens dus. In 1966 besluit het Somerense bedrijf hier een tweede deurenfabriek te gaan bouwen. De fabriek start in oktober 1968 met de productie. De Belgische vestiging wordt een kopie van het moederbedrijf in Someren, maar met één wezenlijk verschil. Waar in Someren de machines los van elkaar in serie staan geschakeld, koppelt Berkvens in de langgerekte fabriekshal in Houthalen alle onderdelen van het productieproces aan elkaar. Het is de verwezenlijking van Piet Berkvens ultieme droom: een stuk hout aan de voorkant erin dat er aan de achterkant als een complete deur uitkomt, zonder dat er één enkele menselijke handeling aan te pas komt. Het levert echter in de praktijk de nodige problemen op. Want als één machine hapert of opnieuw moet worden ingesteld, stropt het hele productieproces. Het duurt dan ook niet lang voordat alle machines weer ontkoppeld worden. Aanvankelijk werkt de Belgische vestiging alleen met dagdiensten. Maar als snel is er vooral vanuit de Franse markt veel vraag naar stompe, voorbewerkte deuren. Houthalen schakelt daarom binnen enkele jaren over op een ploegendienst. De volgende stap is dat het personeel van maandag tot en met vrijdag een continurooster gaat draaien.

Waar Someren zich blijft concentreren op de massaproductie van standaard deuren voor de Nederlandse markt, specialiseert de fabriek in Houthalen zich in de productie van deuren voor de Belgische thuismarkt en bedient daarnaast ook de exportmarkten. Frankrijk is daarbij een belangrijk exportland. Maar de Belgische deurenfabriek blijkt feitelijk een verliesgevende operatie die gesubsidieerd wordt met de in Nederland behaalde winsten. Dit komt mede door de grote concurrentie in het buitenland en de relatief hoge transportkosten van Berkvens.

Toch sluit Berkvens de Belgische fabriek niet. Dat heeft verschillende redenen. Een tweede productievestiging heeft als voordeel dat in tijden van ondercapaciteit de ene fabriek gaten voor de andere kant dichten. Daarnaast voelt Berkvens duidelijk de verantwoordelijkheid voor de 130 Belgische werknemers. De directie is er alles aan gelegen om hen aan het werk te houden, al ontkomt men soms niet aan werktijdverkorting en het stilleggen van de productie tijdens de wintermaanden. Maar misschien wel de belangrijkste reden is de sterke emotionele band die Piet Berkvens met de fabriek in Houthalen heeft. Bijna dagelijks rijdt hij met de auto naar België. Als hij nog maar niet uit Someren is weggereden, gaat er al een telefoontje richting Houthalen: “De baas komt eraan. Dan moest alles er tip top uitzien en mocht er geen stukje hout verkeerd liggen.”