Berkvens als handelsonderneming

Oprichter Piet Berkvens richt zich op de technische ontwikkelingen, schoonzoon Iron van Dooren concentreert zich op de marktbewerking en bedrijfsvoering. Met de brand in de spaanplatenfabriek in december 1964 dient zich de eerste krachtproef tussen beide directeuren aan.

Na de desastreuze brand wil Piet Berkvens, productieman pur sang, zo snel mogelijk aan de slag om de spaanplatenfabriek weer op te bouwen. Het zit niet in zijn karakter om zomaar iets op te geven. Maar Iron van Dooren ziet daar geen brood in. De productie van spaanplaten is gevaarlijk, kostbaar en sluit niet aan bij de andere bedrijfsactiviteiten. Het kost hem heel wat overredingskracht, maar uiteindelijk weet hij zijn schoonvader van zijn vaste voornemen af te brengen. De orderportefeuille van de spaanplatenfabriek is goed gevuld, maar door de brand ligt de productie compleet stil. Zoals echte ondernemers betaamt, zijn Piet Berkvens en Iron van Dooren niet voor één gat te vangen. Ze besluiten spaanplaten te gaan importeren uit België en Duitsland. Op de plek van de afgebrande fabriekshal verrijst een compleet nieuwe bedrijfshal waar spaanplaten worden opgeslagen en verder worden bewerkt. Het accent van Berkvens verschuift hiermee van een productiebedrijf naar een handelsonderneming. Het blijkt een gouden greep te zijn. De ingevoerde spaanplaten zijn niet alleen kwalitatief beter, maar ook nog eens veel goedkoper dan de eigen productie. De spaanplaten worden in de nieuwe fabriekshal op maat gezaagd en daarnaast verwerkt in verschillende toepassingen, bijvoorbeeld als inlegplank voor vaste kasten. Hoewel Piet Berkvens uiteindelijk vrede heeft met deze oplossing blijft hij stiekem toch hopen dat de spaanplatenproductie weer in eigen hand komt. Een grote pers, die de brand overleefd heeft, is nog jaren in de fabriek blijven staan als stille getuige van deze hoop. Het blijkt echter een ijdele hoop.